Home | Archief | Netneutraliteit Critici

Fundament internet kraakt

dinsdag 24 augustus 2010

Netneutraliteit Critici: Open toegang raakt verkwanseld in compromissen door: Thijs Doorenbosch

Google en Verizon publiceerden vorige week in een gezamenlijke blog een nieuw voorstel in het debat over de verdeling van kosten en opbrengsten tussen dienstenaanbieders en netwerkexploitanten. Beide bedrijven bewieroken in het document de openheid van internet en de impuls die dat gegeven heeft aan de innovatie en ontwikkeling van het netwerk.

In de eerste vier punten van hun voorstel leggen zij uit hoe belangrijk het is dat die openheid behouden blijft en hoe de Amerikaanse toezichthouder FCC daarop kan toezien. Transparantieverplichtingen moeten consumenten en bedrijven inzicht geven in netwerkmanagement en kwaliteiten en beperkingen van de dienstverlening die netwerkexploitanten en dienstverleners kunnen bieden.

Om tegemoet te komen aan de vrees van de netwerkexploitanten dat een nieuw woud aan regels wordt geplant, stellen Google en Verizon voor dat de toezichthouder slechts kan optreden op basis van klachten die per geval worden aangepakt. De hoop van de netwerkaanbieders te delen in de enorme advertentie-inkomsten die de informatie- en dienstenaanbieders over hun netwerk verdienen, lijkt daarmee ijdel geworden.

Over twee punten in het voorstel barstte echter een storm van kritiek los op de internetfora. Google en Verizon willen de mobielenetwerkaanbieders uitsluiten bij de verplichting alle contentaanbieders volgens identieke voorwaarden toe te laten op de netwerken.

Maar ook op het vaste net krijgen telecom- en kabelaanbieders de mogelijkheid innovatieve diensten aan te bieden die zich onttrekken aan de eerdergenoemde verplichtingen tot openheid en transparantie. Deze diensten mogen niet worden opgezet om de algemene regels te ontduiken, maar moeten additioneel zijn ten opzichte van bestaande dienstverlening, bijvoorbeeld in de gezondheiszorg, energiebeheer (smart grids), onderwijs en vermaak.

Google en Verizon beargumenteren hun besluit een uitzondering te maken voor de mobiele industrie door te stellen dat deze nog veel te snel ontwikkeld om aan regels te binden. Bovendien is de concurrentie in de mobiele industrie veel groter dan die bij de vaste verbindingen, wat in ieder geval in de Verenigde Staten een terechte constatering is. AT&T haastte zich het Google-Verizon-document te steunen met de publicatie van een officiële blog. Onder de kop ‘Wireless is different’ stelt Joan Marsh, Vice President of Federal Regulatory van de telecomaanbieder, dat de capaciteit op mobiele netwerken ordegrootten kleiner is dan die van bedrade netwerken en dat de netwerkexploitanten daarom alle vrijheid moeten krijgen bij het verkeersmanagement, zonder daarbij gehinderd te worden door arbitraire en onnodige regelgeving.

Het toonaangevende Amerikaanse technologieblad Wired veegt in een analyse de vloer aan met de voorstellen, concluderend dat Google zijn idealisme overboord heeft gezet en zich heeft uitgeleverd aan de telecomindustrie. De commentator van TechCrunch voegt daaraan toe: “Draadloos is niet afwijkend. Je kunt niet halfopen zijn.” “Internet heeft verschillende opritten, maar het gaat om hetzelfde netwerk en dezelfde informatie. Het uitgangspunt moeten daarom hetzelfde zijn: waar mogelijk moeten bits op vergelijkbare manier worden behandeld.”

Ook in Europa verhit de discussie de gemoederen. Het Nederlandse kabinet gooide in april de knuppel in het hoenderhok met een wetsvoorstel dat netwerk­aanbieders de vrijheid geeft diensten af te knijpen of te blokkeren, mits zij maar duidelijk maken naar dienstenleveranciers en consumenten wat zij doen. Eurocommissaris Neelie Kroes koerst met haar Digitale Agenda juist aan op een vrij en open internet. In de herfst komt zij met een besluit op basis van een nu lopende marktconsultatie.

De Nederlandse Publieke Omroep (NPO) is als aanbieder van veel videomateriaal een belangrijke breedbandcontentaanbieder op het vaste en mobiele internet. “Ook voor wireless (draadloze internetverbindingen) moeten de basisregels van netneutrality gelden, dus geen onderscheid in afzender of dienst”, stelt woordvoerder Bart Jochems.

Directeur Regulatory Affairs Jos Huigen van KPN zegt ook voorstander te zijn van open internet. Dienstenaanbieders zullen dus geen wholesalerekening krijgen. Hij constateert tegelijkertijd dat netwerkmanagement nodig is voor mobiel internet omdat niet valt te voorspellen wanneer zich een piekbelasting voordoet en in welke ‘cel’, hoeveel het bedrijf ook investeert in netwerkuitbreidingen. “Er zijn dan klanten die meer willen betalen voor een betere kwaliteit. De vraag is nog hoe we dat technisch gaan invullen.”

Jochems van NPO: “We kennen, nu nog, de technische beperkingen van mobiel internet en snappen het standpunt van de operators om met premiumabonnementen te komen voor mobiele data waarbij je meer bandbreedte en/of datahoeveelheid krijgt. Dat is echter iets anders dan onderscheid in diensten of afzenders maken. Met gedifferentieerde services kunnen consumenten voor meer geld of een hogere kwaliteit (gegarandeerde throughput bijvoorbeeld) of meer data (tot aan een duidelijk van tevoren afgesproken limiet) krijgen.”

Ot van Daalen, directeur van digitale burgerrechtenbeweging Bits of Freedom, is sceptisch over het capaciteitsgebrek. “Telecomaanbieders hebben de groei jaren zien aankomen. Ze moeten gewoon geen abonnementen verkopen die ze niet waar kunnen maken.” Hij is ook geen voorstander van het aanbrengen van datalimieten. “Het is heel opmerkelijk dat een aanbieder zijn dienst probeert af te remmen wegens populariteit.” Van Dalen meent dat de enige oplossing zit in het uitbreiden van de capaciteit.


Bron Automatisering Gids nr. 33, 2010

Naam
Organisatie
Adres
E-mailadres *
Telefoonummer
Onderwerp *
Uw reactie *
Velden met een * zijn verplicht.
U ontvangt een kopie van dit bericht.